Bestraten in Overijssel
Overijssel telt ruim 1,2 miljoen inwoners in 25 gemeenten. De provincie is grofweg in vijf streken te verdelen: Twente in het oosten, Salland in het westen, het Vechtdal in het midden, de IJsseldelta rond Kampen en de kop van Overijssel in het noordwesten. Voor een stratenmaker verschillen die streken vooral in de ondergrond en in het soort bebouwing.
In de oude Hanzesteden Deventer, Zwolle en Kampen liggen binnensteden met smalle straten, gebakken klinkers en panden die tegen de stoep aan staan. In de Twentse textielsteden Enschede, Hengelo en Almelo zie je veel arbeiderswoningen van rond 1900 en grote naoorlogse wijken, waar opritten en voortuinen na een paar decennia verzakt raken. In de dorpen en het buitengebied gaat het vaak om grote erven, opritten naar vrijstaande huizen en schuren.
De ondergrond verschilt per streek
Het grootste deel van Overijssel ligt op zand. In Twente en Salland liggen daarnaast stuwwallen uit de voorlaatste ijstijd, zoals bij Oldenzaal, Ootmarsum, Holten en de Sallandse Heuvelrug, met plaatselijk keileem in de ondergrond. Keileem laat water slecht door, waardoor regenwater op een oprit langer blijft staan als het afschot niet klopt.
Langs de IJssel en de Vecht ligt rivierklei, en in het noordwesten rond Genemuiden, Zwartsluis en de kop van Overijssel liggen klei en veen. Op die grond klinkt bestrating sneller in. Een stratenmaker kiest daar voor een zwaardere fundering of een laag menggranulaat onder het zand, en houdt rekening met nazakken in de eerste jaren.
Regels verschillen per gemeente
Elke gemeente heeft eigen regels voor een nieuwe of bredere uitrit, voor het afkoppelen van regenwater en voor het parkeren van een caravan of camper. Een aantal gemeenten in Overijssel stimuleert het vervangen van tegels door groen of het afkoppelen van regenpijpen met een subsidie of een actie. Op de pagina van jouw plaats staat wat wij bij de gemeente hebben gevonden. Regels veranderen, dus controleer het bij de gemeente voordat je begint.